Buurtwerker
September! September!
In de zomervakantieperiode is er tijd om op te ruimen. Bij het opschonen van mijn fotoarchief kom ik deze foto tegen van mijn toenmalige manager en mij, met de prachtige bloemen die waren meegebracht ter gelegenheid van de opening van buurtruimte De Nieuwe Reiger.
September 2020 en 2021 waren voor mij bijzondere maanden, want ik opende zowel De Nieuwe Reiger in West (2020) als een jaar later Buurtkamer De Drie Boertjes in Nieuw-West.
De Nieuwe Reiger zat in het gebouw waar ooit Buurthuis De Reiger gevestigd was. Stadsdeel West stelde de ruimte beschikbaar voor de buurt en zo opende ik als buurtwerker samen met de bewoners van de Van Reigersbergenstraat en omgeving deze nieuwe buurtruimte. En wat hebben we daar de afgelopen jaren veel mooie momenten met elkaar beleefd, lief en leed gedeeld en ook prachtige dingen gemaakt.
Bij de opening van De Drie Boertjes (genoemd naar de verzetsheld en het monument ertegenover) sta ik in dezelfde fleurige en keurige blouse, maar dan als buurtbewoner en met heel andere mensen. We blazen nieuw leven in een gemeenschappelijke ruimte van een seniorenwoongroep, die nu open is voor de hele buurt.
Op beide locaties zijn het de bewoners zelf, die voor het grootste deel bepalen welke activiteiten georganiseerd worden, die keuzes maken over de inrichting, de planten water geven en de afwas doen.
Voor mij is het heel leerzaam om enerzijds als buurtbewoner en vrijwilliger en anderzijds als buurtwerker bij deze ruimten betrokken te zijn. Je merkt dan hoe het voelt als er beslissingen worden genomen over ‘jouw’ ruimte. Ook beslissingen waar jij zelf niet achter staat. Een airfryer? Voor snacks? Moet dat nou? Ja, omdat een andere activiteit van een andere vrijwilliger dat heel graag wil. Samen een ruimte gebruiken, betekent geven en nemen, geven en delen. In het begeleiden van de actieve bewoners rond De Nieuwe Reiger heb ik veel geput uit mijn eigen ervaringen als vrijwilliger-met-verantwoordelijkheden bij De Drie Boertjes.
Als buurtwerker ben je natuurlijk altijd zelf ook ergens bewoner en heb je te maken met belangen en meningen van anderen in jouw buurt, die misschien jou hinderen in je woongenot of juist stimuleren om nieuwe paden in te slaan, hobby’s te ontdekken. Hoe vaak ik de afgelopen jaren niet koppelingen heb gelegd tussen mijn verschillende netwerken als professional en als bewoner. ik ben ervan overtuigd dat als mensen hun eigen leefwereld en werkomgeving af en toe met elkaar in contact brengen, dat de som dan meer kan zijn dan de twee delen. Neem het ook eens in overweging!

Zeg je ja of nee?
Wat doe je als iemand naar je toekomt en zegt: “Ik heb een ambulance nodig.” Je gaat deze persoon helpen en kijkt wat nodig is. Je haalt je BHV*-collega’s erbij en belt 112. Klinkt als logische acties en het zal je nog verbazen hoe vaak een buurtwerker dit moet doen. Sowieso zou het een beetje raar zijn als we zouden zeggen: “Nee sorry, ik mag u niet helpen.”
Als buurtwerker ben je opbouwwerker, geen hulpverlener. Je werkt aan gemeenschapsvorming in de buurt of plek waar je werkt. Individuele ondersteuning is meer de taak van onze buurtteamcollega’s. Dat is de boodschap binnen de organisatie en ook naar buiten toe. Alleen, is het wel zo zwart-wit?
Of is er toch een grijs gebied, waarvan wij als professionals gebruik kunnen maken. Het grijze gebied – dit wordt ook wel je ‘discretionaire ruimte’ genoemd – is een moeilijk iets. Want ook in het opbouwwerk zit je in een systeem en moet je je af en toe aan regels houden. Maar in een situatie zoals hierboven kan ‘een opbouwwerker is geen hulpverlener’ best lastig zijn.
We zijn allemaal mensen en dit werk vaak gaan doen, omdat we andere mensen willen helpen. Als hulp dan wordt gevraagd, ben je dus sneller geneigd om die te bieden. Maar wanneer zeg je nou nee en wanneer ja? Dat blijft altijd een moeilijke vraag. Ik denk dat het belangrijke is om ook weleens nee te zeggen. Omdat je anders over je eigen grenzen heen gaat. En ook om duidelijk te maken aan de buurt waar je voor bent (en waarvoor niet).
De situatie waar ik dit blog mee begon, valt ook een beetje in het grijze gebied. Natuurlijk bellen we voor de Amsterdammer de ambulance. En die zegt dan: “Hier komen wij niet voor.” Dus moet de Amsterdammer het zelf maar uitzoeken, maar dat ging niet lukken. Wat doen je dan? Nou, wij hebben gebruik gemaakt van onze ‘discretionaire ruimte’ en een taxi gebeld voor de Amsterdammer. Is dit onze taak? Nee, dat is het niet. Maar kan je iemand aan zijn lot overlaten? Nee, dat ook niet.
* bedrijfshulpverlening




