Oog voor elkaar …
Je ziet het niet altijd, maar het is er wel, in iedere straat, in ieder huis. Lief en leed. Dus zoeken we gangmakers: bewoners die oog hebben voor hun straatgenoten en aandacht geven als er lief of leed speelt. De ene keer gaan we de straat op, de andere keer beginnen we bij iemand die we al kennen en waarvan we denken: Da’s een echte gangmaker. Hij of zij kent veel mensen, weet hoe het met hen gaat en durft eropaf te stappen om een praatje te maken.
Even aanbellen bij Marjo op het Marcanti-eiland. Vertellen over project Lief & Leedstraten. “Lijkt het je wat, gangmaker worden?” We zoeken tweetallen, want twee weten meer dan een en samenwerken met iemand die je zelf kiest, is natuurlijk het allerleukst. We spreken af, dat ze belt als ze een maatje heeft gevonden.
Dinsdagmiddag, óp naar de Zeeheldenbuurt, met het Buurtbakkie. Cor fietst, ik in het bakkie. De Lief-&-Leed-vlag wappert vrolijk in de wind. Ik houd de gieter vast met daarin een bos seizoensbloemen, waaraan de Lief-en-Leed-flyers hangen. Eenmaal geïnstalleerd op de stoep, schieten we iedereen aan die langsloopt. “Mag ik u een bloem geven? Woont u in deze straat?” Leuke gesprekken volgen en we komen weer meer te weten over de Dirk Hartoghstraat en Van Linschotenstraat. Een bewoonster uit de Roggeveenstraat is enthousiast, ze gaat erover nadenken om gangmaker te worden. We wisselen telefoonnummers uit. De ervaring leert echter ook, dat dit lang niet altijd tot nieuwe gangmakers leidt.
Mijn telefoon zoemt, de Marcanti-bewoner: “We doen het hoor, Joosje en ik, wanneer kom je langs voor het startgesprek?” Inmiddels hebben ze het kistje met geld, flyers en kaarten en zijn ze begonnen. Ook Kaoutar uit de Roggeveenstraat, die ik drie weken na onze eerste ontmoeting spreek, wil gangmaker worden, samen met een bevriende buurvrouw. Het startgesprek is na de vakantie.
Zo fijn, weer twee Lief-&-Leedstraten erbij, waar buren oog hebben voor elkaar!
